Als kind hoef je niet te kiezen tussen je ouders

blog1

 

Allerkwetsbaarst opgesteld – Wat de paarden over mijn eerste communie vertellen

Het is weer de tijd van communies. Feestjes, piekfijne kleertjes en de bijhorende fotoshoots om er kaartjes van te maken. Als ik terugdenk aan mijn eerste communie, meer specifiek aan het kerkgebeuren, dan staat dit moment geklasseerd als ‘worst moment of my life’.

Ik herinner mij de morgen voor we naar de kerk moesten. Ik hing kotsend boven de wc-pot van het zenuwachtig, verdrietig en angstig zijn. Wat voor iedereen een feestelijke viering was, was voor mij een hel.

Eenmaal de kerk binnen mochten we op de eerste rij gaan zitten. Wij als eerste communiecantjes, de helden van de dag. Ik heb de hele mis mijn tranen opgehouden, tot ze plots toch naar buiten moesten. Een van de leraren kwam mij troosten. Ik keek naar rechts, daar zat mijn vader, even achter mij zat mijn moeder. Mijn ouders zijn gescheiden.

Enkele minuutjes later werden de leerlingen die aangeduid werden een lied te zingen uitgenodigd om naar voor te komen. Ik was daar ook bij. Met rode ogen, blootgesteld aan iedereen in de kerk, heb ik mijn lied gezongen. ‘Ik wou dat ik een biiiijjjjtje was …’.

Op het einde van de mis was er een mooi afsluitmoment voorzien. Elk kind kreeg een mooie bloem om aan de ouders te geven. Ik herinner mij dat ik daar stond met 1 bloem in de hand, helemaal verward, niet wetende aan wie ik die moest geven.

 

De paarden hebben mij er onlangs opnieuw mee geconfronteerd.

Mijn vriendin Sabine en ik waren aan het werk op de weide toen mijn lieve merrie Akosa kwam aanstappen op het weggetje naar de stallen. Wij stonden aan de ene kant, mijn ander paard Pégase aan de andere kant. Op dat ogenblik vroeg Sabine spelenderwijs aan Akosa:

‘Naar wie ga je gaan, naar ons of naar Pégase. Voor wie kies je?’.

 

Ogenblikkelijk werd ik naar mijn kindertijd gestuurd, opnieuw naar de periode van het eerste leerjaar. Tijdens de les hoorden we plots geklop op de deur. De juf deed open en daar stonden 3 mannen in maatpak. Gerechtsdeurwaarders, of zoiets.

‘Is Emily Condé aanwezig aub?’. De hele klas keek verwonderd op. En ik ook, al wist ik dat ze zouden komen om mij een hartverscheurende vraag te stellen. De vraag waarvan het antwoord zou bepalen of ik hoofdzakelijk bij mama of bij papa zou wonen, gezien co-ouderschap toen nog niet bestond.

We gingen in een aparte kamer zitten, ‘mijn dossier’ werd bovengehaald en toen volgde de vraag: ‘Zeg eens, Emily, bij wie van je ouders ben je het liefst?’.

 

Terug naar de paarden … Ondertussen kwam Akosa dichterbij en zag ik haar sprekend halt houden tussen Pégase en ons. Ze leek wel helemaal door mij te kijken.

‘Aaaah, zegt Sabine, je kiest voor allebei!’

Op dat moment flitste ik terug naar mezelf als kind bij de gerechtsdeurwaarders en hoor ik mezelf het zelfverzekerd antwoord geven:

‘Bij alle twee’

 

Moeten kiezen tussen je ouders, het zou geen punt mogen zijn. Ik ben blij dat ik toen dat antwoord gegeven heb, mijn antwoord is ook nooit veranderd. Al betekende ‘bij alle twee’ toen automatisch hetzelfde als kiezen voor de moeder (het systeem, weet je wel), met een weekendje voor papa om de 14 dagen. Ik zie mijn beide ouders graag.

Als ik mijn voordrachten ‘Zorg voor jezelf’ geef dan heb ik vooraf nog steeds, al is dat in mindere mate, hetzelfde intens verdrietige gevoel als net voor de misviering van toen. Het is iets dat ik eerder niet begreep, maar door mijn observerend en analytisch vermogen heb ik het toch kunnen vastnemen. Het is een kindpijn die ik niet meer hoef te verdringen. En zo kan ik er mezelf mee toespreken, dat alle emoties er mogen zijn en dat het OK is om je kwetsbaar en zichtbaar op te stellen. Wat anderen daarvan denken is bijzaak.

Veel mensen verdringen hun kindemoties, terwijl iedereen er alle belang bij heeft er toch naar te luisteren en het kind in zichzelf te omarmen. Ik deel tijdens mijn voordrachten altijd mee aan de groep die voor me zit hoe ik me voel op dat moment. En dat is telkens anders. Het heeft geen zin om maskers te dragen. Iedereen is hoe hij of zij is, met alle kwetsbaarheden die er op dat moment zijn.

 

Ik kan soms nog heel bang zijn om een foute keuze te maken. Het lukt al beter, het duurt soms gewoon wat langer. Maar als ik een keuze maak, en dat is dan hoofdzakelijk gevoelsmatig, dan is het wel een keuze waarvan ik achteraf geen spijt heb.

Onlangs merkte ik eveneens op hoe ingewikkeld het ook altijd was om mijn aandacht en liefde te verdelen zonder mij schuldig te voelen. Als ik extra tijd en liefde geef aan mijn nieuwe hond, doe ik mijn paard dan tekort? Als ik als kind aandacht geef aan 1 ouder, doe ik de ander dan tekort?

Het mooiste inzicht hierbij is dat alles ook SAMEN kan. SAMEN, een woord dat voor mij betekenis krijgt. Een harmonie tussen alles, afgestemd op elkaar, met communicatie en vooral nestwarmte. Waarin ik, hoewel ik dat stiekem heb verdrongen, mij echt een mama voel. Het gevoel van iedereen samen te hebben binnen een gezin, door lief te hebben en zorg te dragen voor wat is en daarbij elk individu in hun autonomie en veerkracht te laten groeien.

 

Ik voel dat ik lang een oordeel over mezelf had, dat ik mezelf als een slechte mama bestempelde door deze overtuiging van tekort doen. Als de kat niet naar huis komt of als de hond ziek is, ‘waar heb ik als mama toch tekort geschoten?’. Ik ben ontzettend blij met de inzichten die de paarden mij geven. Ze brengen mij steeds weer dichter bij mezelf en laten de opgebouwde oordelen stilletjesaan wegebben.

Visueel als ik ben, heb ik een blad genomen en ik heb daarop een affirmatie geschreven.

 

Aan de gerechtsdeurwaarders, dit is voor mijn dossier:

‘IK BEN EEN GOEIE MAMA’

Geef een reactie